Rb. Den Haag 27 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8346

Kindertoeslag en schending van de in artikel 19 van de Awir genoemde termijnen. Verweerder heeft op 2 augustus 2013 het voorschot kindertoeslag 2008 definitief berekend en een deel van het over het jaar 2008 toegekende voorschot teruggevorderd. Eiser heeft zijn aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2008 tijdig ingediend en in januari 2010 is de definitieve aanslag voor dat jaar opgelegd. Verweerder heeft eiser niet in kennis gesteld van een termijn, zoals genoemd in het vierde lid van artikel 19 van de Awir, waarbinnen de definitieve toekenning zou plaatsvinden. Het rechtszekerheidsbeginsel staat er dan aan in de weg dat na afloop van de termijn van het eerste lid van voormeld artikel de definitieve toekenning op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag van de laatste voorschotbeschikking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen