Rb. Den Haag 8 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6336
Ook bij geen nauwe persoonlijke betrekking tussen kind en minderjarige (1:377a lid 1 BW) kan recht van omgang bestaan. Ivm strijd met het in artikel 8 EVRM ook begrepen recht van priveleven van de bio-vader altijd belangenafweging maken voordat niet-ontvankelijkheid van het omgangsverzoek kan worden uitgesproken.
De uitspraak op rechtspraak.nl