Rb. Den Haag 28 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:5216

Op 28 april 2014 heeft de voorzieningenrechter de eisen van eiser afgewezen, die erop neerkomen dat de Staat onbegeleid verlof aan eiser zou moeten toestaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het aan de Staat is om een beslissing te nemen op het verzoek om een machtiging voor onbegeleid verlof van de kliniek waarin eiser wordt behandeld. Bij deze beslissing weegt volgens de voorzieningenrechter ook de uitkomst mee van een door de Staat ingesteld slachtofferonderzoek. De voorzieningenrechter wijst daarvoor op een eerdere uitspraak van het Gerechtshof van 11 december 2011, waarin dat is bepaald. Wel heeft de voorzieningenrechter de Staat bevolen om uiterlijk op 20 mei 2014 deze beslissing te nemen. De voorzieningenrechter heeft daarbij - en dat is uitzonderlijk - aan de Staat een dwangsom opgelegd (van maximaal € 25.000,-) die de Staat verbeurt als deze datum niet wordt gehaald. De dwangsom is opgelegd omdat het Gerechtshof al eerder had geoordeeld dat voor een beslissing op een machtigingsverzoek een termijn van 3 maanden voldoende moet zijn, te rekenen vanaf het advies van het Adviescollege Verloftoetsing TBS. Dat advies is al gegeven op 11 november 2013, zodat de termijn van drie maanden ver is overschreden. Daar komt bij dat de Staat ook op de zitting nog alleen een streefdatum voor een beslissing heeft willen toezeggen en eiser groot belang heeft bij een spoedige beslissing op het verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen