Rb. Den Haag 12 februari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:2962

Aanbesteding. Gebod om contradictoir debat te voeren. In artikel 3.29.1 ARW 2005 is bepaald dat de aanbesteder, vóórdat hij een inschrijving die abnormaal laag lijkt kan afwijzen, schriftelijk verzoekt om de door hem nodig geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de inschrijving. Daarna dient de aanbesteder in overleg met de inschrijver de samenstelling te onderzoeken aan de hand van de ontvangen toelichtingen. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie vloeit voort dat een daadwerkelijk contradictoir debat moet plaatsvinden aan de hand van de specifieke punten die bij de aanbestedende dienst vragen hebben doen rijzen. Eisers hebben op vier momenten de gelegenheid hebben gekregen hun inschrijving toe te lichten. Echter, voornoemd artikel bepaalt nu juist expliciet dat toelichtingen van de inschrijver in overleg met de inschrijver moeten worden onderzocht, hetgeen blijkens vaste rechtspraak betekent dat een debat dient plaats te vinden. Kenmerkend voor een debat is dat partijen over en weer reageren op standpunten die door de ander worden ingenomen. Uit de stukken en het verweer van de Staat kan niet worden afgeleid dat een dergelijk debat heeft plaatsgevonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl