Rb. Den Haag 19 februari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:1951
Ontslag wegens een situatie als bedoeld in artikel 34e, eerste lid, van het ARAR. Er is sprake van het niet terugkeren na verleend langdurig buitengewoon verlof. Niet valt uit te sluiten dat eiseres per het moment waarop zij geacht wordt weer binnen verweerders organisatie werkzaam te zijn daadwerkelijk ziek was. Dit is niet onderzocht door verweerder. Hieruit volgt dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is genomen, althans dat sprake is van een motiveringsgebrek. Voorts heeft verweerder, voor zover al kan worden geoordeeld dat eiseres geen geldige reden heeft aangevoerd voor het niet hervatten van haar dienst en moet worden geacht een ontslagaanvraag te hebben ingediend, gehandeld in strijd met de circulaire Buitengewoon verlof in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie. Eiseres is niet expliciet gewaarschuwd dat ontslag zal worden verleend. Het besluit op bezwaar wordt vernietigd en het primaire besluit wordt herroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl