Rb. Den Haag 24 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:1842
Accijns. Uitslag vanwege een onregelmatigheid tijdens het vervoer van accijnsgoederen. Eiseres exploiteert in Nederland een opslagruimte voor alcoholhoudende dranken en heeft daarvoor een AGP-vergunning. Uit een door verweerder uitgevoerd onderzoek is naar voren gekomen dat eiseres regelmatig goederen onder dekking van AGD’s verzond naar Engeland. Werd een zending onderweg niet gecontroleerd, dan werd eiseres daarover door anderen ingeseind en vernietigde zij de originele AGD’s. Zij maakte vervolgens nieuwe AGD’s voor verzending naar Portugal. Omdat uit het onderzoek bleek dat de goederen nooit in Portugal waren aangekomen, heeft verweerder de AGD’s voor Portugal aangemerkt als ongezuiverd en heeft hij eiseres daarvoor naheffingsaanslagen accijns opgelegd. In geschil is of dit terecht is. Omdat de goederen onder dekking van reglementair opgemaakte AGD’s op transport werden gesteld naar Engeland, is de rechtbank van oordeel dat daarmee sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 86a, derde en vierde lid, van de Wet op de accijns, met als gevolg dat indien tijdens dit vervoer in Nederland een onregelmatigheid of overtreding is begaan, de goederen moeten worden geacht te zijn uitgeslagen uit de AGP van eiseres. Eiseres erkent dat zich een onregelmatigheid heeft voorgedaan, maar dat die is begaan in Engeland. De rechtbank oordeelt echter dat het valselijk opmaken van AGD’s ook een dergelijke onregelmatigheid is en dat die in Nederland heeft plaatsgevonden. De goederen moeten daarom worden geacht te zijn uitgeslagen uit de AGP van eiseres, zodat eiseres de accijns verschuldigd is. De naheffingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl