Rb. Den Haag 16 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:16459

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel eiser reeds zelf zijn bezwaarschrift had voorzien van gronden, verweerder in strijd met artikel 3:2 Awb het besluit op bezwaar heeft genomen zonder de aanvullende gronden van bezwaar van eisers gemachtigde af te wachten of zonder de gemachtigde een termijn te gunnen nog aanvullende gronden in te dienen. Het voorgaande leidt echter niet tot vernietiging van het bestreden besluit, omdat niet is gebleken dat eiser door dit handelen is benadeeld. De gemachtigde van eiser heeft immers in beroep alsnog zijn aanvullende gronden naar voren kunnen brengen. De rechtbank zal met toepassing van artikel 6:22 Awb dit gebrek passeren. Eiser voert aan dat de aan hem door verweerder afgegeven arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, mits twv is verleend’ rechtens niet juist is. Hij stelt dat hij recht heeft op de aantekening ‘arbeid vrij toegestaan, geen twv vereist’. De manier waarop de wijziging van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) per 1 januari 2014 (Wav nieuw) tot stand is gekomen, zonder overgangsrecht en zonder tijdige aankondiging, in strijd is met zowel internationaal-, Europees- en nationaalrechtelijke verplichtingen. De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van het bestreden besluit nog geen drie jaar ononderbroken heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning. Ook bij toepassing van de Wav (oud) zou dus op de aan eisers verstrekte verblijfsvergunning de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, mits een tewerkstellingsvergunning (twv) is verleend’ zijn geplaatst. Wat er ook zij van eisers beroepsgronden dienaangaande, zij kunnen eiser niet baten. De rechtbank is voorts van oordeel dat het bestreden besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM. Eiser is door de verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning en de aan zijn werkgever verleende twv immers in staat gesteld om in Nederland arbeid in loondienst te verrichten en privéleven te hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen