Rb. Den Haag 30 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:16458

erkenning als referent; verweerder had oude artikel 1.13 VV dienen toe te passen met artikel 3.103 Vb; ondernemingsplan niet ter advies voor te leggen aan RVO. Beroep gegrond. Zelf voorzien De rechtbank begrijpt de beroepsgrond van eiseres inzake toepassing van het VV (oud) als een beroep op artikel 3.103 Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). In dit artikel is bepaald dat de aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Wet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is. Blijkens de toelichting op het tweede lid van het thans vigerende artikel 1.13 van het VV wordt onder startende ondernemingen verstaan ondernemingen die blijkens hun inschrijving in het handelsregister korter dan anderhalf jaar geleden zijn opgericht of die blijkens gegevens uit het handelsregister korter dan anderhalf jaar bedrijfsactiviteiten hebben verricht. Zij hebben immers nog geen of een beperkte historie omtrent de premie- en belastingafdracht, waarmee de verklaring omtrent betalingsgedrag onvoldoende betekenis heeft. Blijkens de toelichting op het tweede lid van artikel 1.13 VV (oud) is een uitzondering gemaakt voor startende ondernemingen. Een startende onderneming is een onderneming die pas zo kort bestaat dat geen verklaring van betalingsgedrag kan worden gegeven. Om toch een goed beeld te krijgen van de positie van een onderneming kan dan worden verzocht om een ondernemingsplan te overleggen. In aanmerking genomen dat de datum van aanvraag 5 juni 2013 is en gelet op de tekst en de toelichting van artikel 1.13 VV (oud) is toepassing van dit recht gunstiger voor eiseres en had verweerder hier op grond van artikel 3.103 Vb toepassing aan dienen te geven. Met overlegging van de verklaring van betalingsgedrag niet ouder dan drie maanden na de aanvraag heeft eiseres voldaan aan de voorwaarde zoals neergelegd in artikel 1.13, tweede lid, VV (oud) zodat het ondernemingsplan niet ter advies had hoeven worden voorgelegd aan RVO. Hoewel de rechtbank zich kan voorstellen dat verweerder belang hecht aan continuïteit en solvabiliteit in het kader van erkenning als referent, behelzen tekst en toelichting van artikel 1.13 VV (oud) dat niet. Voorts wijst de rechtbank erop dat krachtens de toelichting een uitzondering wordt gemaakt voor startende ondernemingen en niet voor startende onderdelen van een onderneming dan wel bepaalde bedrijfsactiviteiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen