Rb. Den Haag 11 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14045

Gelet op de termijn die ingevolge artikel 21 van de Awir geldt voor herziening van toegekende tegemoetkomingen, moet volgens de rechtbank uiterlijk binnen vijf jaar na afloop van het berekeningsjaar zekerheid zijn gegeven. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval, waarin verweerder na het opvragen van de nodige informatie van eiseres in juni 2009 zonder enige aanwijsbare reden ruim vier jaar heeft laten verstrijken alvorens in december 2013 om aanvulling van de gegevens te vragen en vervolgens na het verstrijken van voornoemde vijfjaarstermijn het voorschot te herzien naar nihil en de definitieve toeslag op nihil te stellen, heeft gehandeld in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Onder deze omstandigheden stond het niet langer vrij om in 2014 het voorschot te herzien naar nihil en de definitieve toekenning op nihil vast te stellen en het gehele over 2008 uitgekeerde bedrag terug te vorderen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken