Rb. Den Haag 14 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:13880

Dublin III, procedure, fictief akkoord, weigering door Italië buiten de termijn, geen bijzondere omstandigheden Het feit dat verzoeker eerst na het fictief claimakkoord op de hoogte is gesteld van het overnameverzoek betekent niet dat sprake is van een onzorgvuldige procedure. Tijdens het gehoor van 20 oktober 2014, en derhalve voordat een besluit tot overdracht is genomen, is verzoeker in de gelegenheid gesteld om op de voorgenomen overdracht te reageren en zijn eventuele bezwaren tegen een overdracht aan Italië naar voren te brengen. Van dit gehoor, en van het aanmeldgehoor, is aan verzoeker en diens gemachtigde vervolgens een rapport verstrekt, waarop op 21 oktober 2014 correcties en aanvullingen zijn gegeven. Daarmee is voldaan aan de vereisten die artikel 5 van de Dublinverordening stelt. Italië is verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag omdat Italië niet binnen de in artikel 22, eerste lid, van de Dublinverordening bedoelde termijn van twee maanden na de ontvangst van het overnameverzoek heeft gereageerd. Het feit dat Italië buiten deze termijn alsnog te kennen heeft gegeven het terugnameverzoek niet te honoreren, heeft verweerder niet als zeer bijzondere omstandigheid hoeven zien om tot een ander oordeel te komen. In de mogelijkheid dat niet binnen de termijn van twee maanden door een lidstaat wordt gereageerd, hetgeen zowel het uitblijven van een reactie als het te laat indienen van een reactie omvat, is immers reeds voorzien in artikel 22, zevende lid, van de Dublinverordening en is derhalve niet aan te merken als bijzondere omstandigheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen