Rb. Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:12283
De civiele rechter van de Haagse rechtbank geeft het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) gelijk in de rechtszaak die het COA had aangespannen tegen zijn voormalig algemeen directeur Albayrak. Op 1 april 2012 werd Albayrak op non-actief gesteld door het COA. Het oordeel van de rechtbank is dat het COA dit mocht doen. Zie ECLI:NL:RBDHA:2014:12254. Tegelijkertijd heeft de Haagse kantonrechter in een tweede door Albayrak tegen het COA aangespannen procedure geoordeeld dat het aan Albayrak gegeven ontslag niet kennelijk onredelijk is. Verder is er geen aanleiding voor toewijzing van een contractuele beëindigingsvergoeding en immateriële schade. Zowel de civiele rechter als de kantonrechter oordelen dat het COA voldoende bewijs heeft geleverd dat Albayrak op drie punten in strijd heeft gehandeld met de eisen van integriteit die mogen worden gesteld aan een algemeen directeur in publieke dienst. Deze punten zijn: het doen van onware mededelingen aan (medewerkers van) de minister, het privégebruik van de dienstauto en het laten verhullen van dit privégebruik van de dienstauto door ondergeschikten. Op basis van getuigenverklaringen bij de rechter-commissaris en de kantonrechter acht de rechtbank in beide zaken bewezen dat Albayrak tegenover (medewerkers van) de minister en leden van de raad van toezicht – in strijd met de waarheid – meermalen heeft verklaard dat zij de dienstauto niet voor privédoeleinden gebruikte. Dit was indertijd relevant omdat Albayrak als algemeen directeur en voorzitter van het bestuur van het COA bovenop haar salaris een compensatie ontving voor de fiscale bijtelling wegens privégebruik van de dienstauto. Om de hoogte van haar salaris – inclusief bijtelling – binnen de Balkenendenorm te houden, was dat privégebruik onderwerp van gesprek. Verhullen van privéritten en het daarbij betrekken van ondergeschikten Uit de verklaringen leidt de rechtbank in beide zaken af dat Albayrak in de periode rond 18 september 2011 met enkele personeelsleden van het COA heeft besproken dat haar agenda moest worden aangepast in verband met haar privégebruik van de dienstauto en dat Albayrak instructies gaf om dat via aanpassingen in haar agenda te verhullen. Daarmee heeft het COA bewezen dat Albayrak heeft verhuld dat zij de dienstauto ook voor privédoeleinden gebruikte en dat zij daarbij ondergeschikten heeft betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl