Rb. Den Haag 26 augustus 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11103
Ter zitting heeft eiseres gewezen op het onderscheid tussen de situatie van een huwelijk genoemd in artikel 3.14, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb) en die van een duurzame en exclusieve relatie genoemd in sub b van dat artikel. Volgens eiseres is het huwelijk, dat is gesloten op 12 juni 2009, vóór de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand getoetst op grond van de Wet voorkoming schijnhuwelijken en daarmee is sprake van een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk. Door te toetsen of sprake is van een duurzame exclusieve relatie heeft verweerder een verkeerd criterium gehanteerd, omdat die situatie valt onder sub b van artikel 3.14, van het Vb. Een huwelijk is immers naar zijn aard duurzaam en exclusief, aldus eiseres. Nu het huwelijk rechtsgeldig is, kan eiseres niet worden tegengeworpen dat zij hierover onjuiste gegevens heeft verstrekt. De rechtbank overweegt dat eiseres met deze stelling miskent dat door verweerder niet is getoetst aan artikel 3.14, aanhef en onder b, van het Vb, maar aan artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 19, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw). Verweerder heeft aan de intrekking van de verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd immers ten grondslag gelegd dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden, terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning zouden hebben geleid. Aan eiseres was een vergunning verleend op grond van artikel 3.14, aanhef en onder a, van het Vb. Uit artikel 3.14 van het Vb volgt dat de term huwelijk in sub a een duurzame en exclusieve relatie veronderstelt. Verweerder heeft daarom getoetst of sprake was van een duurzame en exclusieve relatie. Verweerder heeft geconcludeerd dat sprake was van een schijnhuwelijk, en dat, als hij dat had geweten, de aanvraag om een vergunning op grond van sub a van artikel 3.14 van het Vb zou zijn afgewezen. Verweerder heeft daarom niet een onjuist criterium gehanteerd. Het betoog van eiseres dat haar niet tegengeworpen kan worden dat zij onjuiste gegevens over haar huwelijk heeft verstrekt, slaagt daarom niet. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder op grond van de feiten en omstandigheden in het dossier terecht het standpunt heeft ingenomen dat sprake was van een schijnrelatie tussen eiseres en [C] en dat eiseres aldus onjuiste gegevens heeft verstrekt. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl