Rb. Den Haag 11 juli 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:10619
Verweerder heeft de asielaanvraag van verzoeksters afgewezen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Verzoeksters voeren aan dat verweerder Spanje had moeten informeren over het EU-verblijfsrecht van de partner van verzoekster in Groot-Brittannië, en over de aanwezigheid van de Spaanse zoon, die het recht heeft bij zijn vader te zijn, nu dit relevant zou kunnen zijn. Verweerder heeft voorts niet gemotiveerd waarom niet bij de Britse autoriteiten een claimverzoek is ingediend. De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat alle betrokkenen als gezinsleden als bedoeld in artikel 2, onder g, van de Verordening moeten worden aangemerkt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter slaagt de beroepsgrond dat verweerder in het bestreden besluit niet heeft gemotiveerd waarom hij niet op grond van artikel 17, tweede lid, van de Verordening een verzoek om overname aan Groot-Brittannië heeft gedaan. Verweerder kan een dergelijk verzoek te allen tijde doen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder met de aanvullende motivering ter zitting nog altijd niet voldoende gemotiveerd waarom verweerder niet in overleg is getreden met de Britse autoriteiten en waarom aan hen geen verzoek om overname is gedaan. Uit artikel 17, tweede lid, van de Verordening volgt niet dat de eigen keuzes van de vreemdeling voor het land van inreis, een rol spelen bij de mogelijkheid om te allen tijde aan een andere lidstaat, die niet verantwoordelijk is, een verzoek om overname te doen wanneer het gaat om het verenigen van familierelaties. Ten aanzien van het standpunt dat er onvoldoende humanitaire gronden aanwezig zijn om een verzoek aan Groot-Brittannië te doen, overweegt de voorzieningenrechter dat uit artikel 6 van de Verordening duidelijk blijkt dat het belang van het kind en de eenheid van het gezin bij toepassing van de Verordening voorop dienen te staan. Bovendien is het in deze situatie aan Groot-Brittannië om te beoordelen of er voldoende humanitaire gronden aanwezig zijn om het asielverzoek van verzoeksters aan zich te trekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl