Rb. Den Haag 6 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2627
Het teruggeleidingsverzoek van vader is, nadat de vader hangende de HKOV-procedure op grond van een in kort geding door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst omgang met de kinderen heeft gekregen, bij gebrek aan belang, ingetrokken. De vader heeft de kinderen echter niet als afgesproken bij de moeder teruggebracht; hij is nog voordat een B in de HKOV-procedure is gegeven met de kinderen vertrokken naar de VS. Op de zelfstandige verzoeken van de moeder heeft de rechtbank Den Haag zich onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar de rechtbank Noord-Nederland.
De uitspraak op rechtspraak.nl