Rb. Den Haag 5 juni 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2118

De rechtbank in Den Haag vindt nader onderzoek noodzakelijk in twee rechtszaken tussen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en [voormalig algemeen directeur COA]. De rechtbank wil zo nadere informatie krijgen om vast te stellen of de verklaring van voormalig algemeen directeur over privéritten met de dienstauto van het COA klopt. Daarna neemt de rechtbank pas een beslissing in beide zaken. De chauffeur en secretaresse van [voormalig algemeen directeur] hebben in een eerder onderzoek verklaard dat zij in opdracht van [voormalig algemeen directeur] fake afspraken in de digitale agenda van haar hebben ingepland. Het doel zou zijn geweest om privégebruik door [voormalig algemeen directeur] van de dienstauto te maskeren. De voormalige COA-directeur betwist de uitkomsten van dit onderzoek. Daarom vindt de rechtbank het noodzakelijk om nader onderzoek in te stellen. Het COA krijgt zo de kans om getuigen en bewijsmateriaal in te brengen. In de ene zaak, bij de kantonrechter, staat de vraag centraal of het ontslag van de voormalig algemeen directeur COA ‘kennelijk onredelijk’ was en of zij aanspraak heeft op een overeengekomen beëindigingsvergoeding. In de andere zaak, voor de meervoudige kamer van de rechtbank, gaat het om de vraag of het COA dwangsommen heeft verbeurd door [voormalig algemeen directeur] niet tot het werk toe te laten, nadat het gerechtshof in Den Haag in een eerdere procedure het COA daartoe had verplicht. [voormalig algemeen directeur] stelt recht te hebben op een bedrag van 5.000 euro per dag, voor de gehele periode dat ze geen toegang kreeg tot haar werkplek. Het gaat in deze tweede zaak in totaal om een bedrag van 610.000 euro. Zie ook LJN CA2140

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen