Rb. Den Haag 20 maart 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1171

verblijf als kennismigrant, Roemenië, standstill-bepaling, marktconformiteitstoets De rechtbank overweegt dat de beroepsgrond dat artikel 3.30a, eerste lid,Vb, niet kan worden tegengeworpen aan Roemenen en Bulgaren, nu daarmee sprake is van een aanscherping van de voorwaarden ten opzichte van de geldende regels op 25 april 2005, geen bespreking behoeft, nu dit artikel in het bestreden besluit niet is tegengeworpen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat vanaf de inwerkingtreding van in ieder geval WBV 2005/19 op 24 april 2005, derhalve één dag voor de peildatum van 25 april 2005, volgens de toen geldende regels nader onderzoek kan worden ingesteld om vast te stellen of het aannemelijk is dat de werkgever de verplichtingen die hij in de werkgeversverklaring aangaat, ook daadwerkelijk zal (kunnen) nakomen, waaronder de aannemelijkheid of de werkgever het gestelde inkomen zal (kunnen) betalen. Er is dan ook geen grond voor het oordeel dat de aanvraag van eiseres niet is beoordeeld op basis van het recht zoals dat gold op 25 april 2005. De rechtbank stelt vast dat de aanvraag van eiseres niet alleen het salaris dat zij zal gaan verdienen vermeldt, maar ook haar leeftijd (22 jaar). Verweerder heeft daarin aanleiding mogen zien voor (nader) onderzoek naar de vraag of referent zijn verplichtingen zal (kunnen) nakomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op vorenstaande, niet de marktconformiteitstoets als uitgangspunt genomen voor zijn standpunt dat niet aannemelijk is geworden dat niet zal (kunnen) worden voldaan aan hetgeen in de arbeidsovereenkomst is bepaald. Verweerder heeft aan dit standpunt ten grondslag gelegd dat de werkgever niet met bescheiden heeft gestaafd dat eiseres de kwalificaties of de ervaring heeft voor de functie van Plant Manager. Artikel 1d, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit, de daarop gegeven toelichting in de Nota van Toelichting en het beleid als vermeld in de Vc bieden geen grond voor het oordeel dat in een dergelijke situatie de verblijfsvergunning niet mag worden geweigerd. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen