Rb. Den Haag 22 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA0584
Tussen partijen is in geschil of Staatsbosbeheer onrechtmatig handelt door de voorgenomen verkoop van de 16 buiten de EHS gelegen natuurgebieden en of de Staat onrechtmatig handelt door die verkoop toe te staan. De vorderingen strekkende tot een gebod om de verkoop van de 16 natuurgebieden te staken, althans tot een verbod om daarvoor toestemming te verlenen, worden afgewezen. Anders dan Das&Boom kennelijk meent is voorshands niet gebleken dat de wettelijke regeling meebrengt dat - voordat natuurgebieden verkocht kunnen worden of voordat de staatssecretaris goedkeuring kan verlenen voor de verkoop van bij Staatsbosbeheer in eigendom zijnde natuurgebieden - eerst onderzocht moet worden of het nog mogelijk is om de natuurwaarden in stand te houden of te ontwikkelen. De vordering strekkende tot een verbod op (het verlenen van toestemming voor) de verkoop van de natuurgebieden voordat nader onderzoek is gedaan, is derhalve niet voor toewijzing vatbaar. De voorzieningenrechter ziet evenmin aanleiding om voorwaarden aan de voorgenomen verkoop te verbinden. De Staat heeft immers voldoende aannemelijk gemaakt dat hij ook zonder dat de natuurgebieden eigendom zijn van Staatsbosbeheer, zijn beheerverplichtingen kan naleven. Voor zover de vorderingen er derhalve toe strekken om voorwaarden aan de verkoop te verbinden, althans om beheerverplichtingen aan de toekomstige eigenaren ervan op te leggen, worden deze eveneens afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl