Rb. Den Haag 12 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9565
Buiten behandeling laten van een aanvraag om een Nederlands paspoort door de minister van Buitenlandse Zaken. Een zogenoemde "talaaq-echtscheiding" (echtscheiding naar islamitisch recht) wordt in het VK niet als rechtsgeldige echtscheiding erkend omdat deze echtscheiding niet is uitgesproken door een civiele rechtbank. Dit heeft tot gevolg dat eiser (de vader) ten tijde van de geboorte van de minderjarige om wiens nationaliteit het gaat, gehuwd was met twee vrouwen. Het onthouden van erkenning van een in het buitenland (Pakistan) gesloten naar Nederlandse maatstaven onwettig (polygaam) huwelijk is alleen mogelijk indien de Nederlandse rechtsorde er in voldoende mate bij betrokken is. Dat is hier het geval, onder meer omdat zowel eiser als zijn eerste echtgenote in het bezit zijn van het Nederlanderschap. Verweerder heeft dan ook terecht geoordeeld dat het huwelijk van eiser met de moeder van de minderjarige niet kan worden erkend. De minderjarige kan aan dit niet rechtsgeldig huwelijk geen aanspraak op verkrijging van het Nederlanderschap ontlenen. Geen Nederlanderschap, geen paspoort.
De uitspraak op rechtspraak.nl