Rb. Den Haag 9 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9290

Regeling excellente studenten. Artikel 7.57b, eerste lid WHB. Verweerder heeft naar aanleiding van de uitspraak Raad van State van 7 september 2011 (LJN: BR6920) op basis van een onderzoek verricht door het Nuffic en met gebruikmaking van voorhanden zijnde statistische gegevens, een lijst samengesteld om voor buitenlandse diploma’s (Studenten uit EU Lidstaten) tot vaststelling van de A-categorie te kunnen komen. In Nederland haalt 3,8% van de studenten een 8 of hoger. In Italië haalt 5,6% 100 uit 100 (zonder lode = cum laude). Op grond van deze percentages geldt voor Italiaanse studenten dat zij 100 uit 100 (zonder lode) moeten halen, willen zij ingedeeld worden in de A klasse. Eiser heeft een studieresultaat behaald van 85 uit 100 en voldoet daarmee niet aan de norm om ingedeeld te worden in lotingsklasse A. Verweerder is met het samenstellen van bovengenoemde lijst voldoende tegemoetgekomen aan de uitspraak van de Raad van State van 7 september 2011. Hoewel aan de regeling een zekere grofheid kleeft omdat bij de vergelijking van de Italiaanse studieresultaten alle schooltypes zijn gebruikt en er voorts geen sprake is van een individuele beoordeling op basis van die vergelijking, is de rechtbank van oordeel dat met de regeling de aan de nationale wetgever toekomende beoordelingsvrijheid bij de inrichting van de kwaliteitseisen, met het oog op selectie bij de toegang tot het onderwijs, niet is overschreden. Daarbij komt dat verweerder voor Italiaanse studenten een ruimere grens hanteert dan voor Nederlandse, hetgeen niet ten nadele van eiser is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen