Rb. Den Haag 28 maart 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8057
nietig verklaren Schengenvisum, Visumcode, Schengengrenscode. Gelet op de inhoud van de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal van bevindingen van 26 maart 2013 en 28 maart 2013 zoals weergeven onder rechtsoverweging 1, heeft verweerder zich – naar voorlopig oordeel – op het standpunt kunnen stellen dat twijfel is gerezen over de juistheid van het door verzoekers opgegeven verblijfsdoel en dat niet wordt voldaan aan de in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Schengengrenscode genoemde toegangsvoorwaarde dat het doel en de omstandigheden van het verblijf gestaafd moeten kunnen worden. Meer in het bijzonder is hiertoe het volgende van belang. Uit evenbedoelde processen-verbaal volgt dat verzoekers bij hun visumaanvraag niet hebben verklaard dat zij ook naar Noorwegen wilden reizen om aldaar hun andere zoon/broer te bezoeken. Verder heeft de zoon / broer van verzoekers in Hongarije verklaard dat verzoekers eerst naar hem in Hongarije zouden reizen en dat hij en verzoekers samen zijn broer in Noorwegen zouden gaan bezoeken, hetgeen niet overeenstemt met de gang van zaken zoals die heeft plaatsgevonden. Verzoekers waren immers eerst van plan via Nederland naar Noorwegen te reizen om vervolgens pas door te reizen naar Hongarije. Voorts beschikken verzoekers niet over een geldig document voor grensoverschrijding (zie paragraaf A/4.2.1 van de Vreemdelingencirculaire). Zij beschikken namelijk over een door de autoriteiten van Palestina afgegeven paspoort, terwijl Palestina geen door Nederland erkende staat is. Ten slotte is nog van belang dat de Hongaarse autoriteiten van de nietigverklaring in kennis zijn gesteld en zij hiermee hebben ingestemd.
De uitspraak op rechtspraak.nl