Rb. Den Haag 11 februari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4999

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser thans nog Rva-verstrekkingen van verweerder ontvangt, zoals ook ter zitting is gebleken. Hoewel eiser volgens verweerder geen recht meer heeft op Rva-verstrekkingen, dient verweerder in het kader van de artikel 64 Vw procedure nog een beëindigingbesluit te nemen, maar dit besluit is, zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, nog niet genomen vanwege de vrieskou. Bij deze stand van zaken neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat eiser thans nog Rva-verstrekkingen ontvangt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van het Sociaal Medisch Advies (SMA) van 7 juni 2012 heeft kunnen besluiten het verzoek om administratieve plaatsing af te wijzen. In het SMA van 7 juni 2012 van Forensische Medische Maatschappij Utrecht Advies BV staat vermeld dat de nu voorhanden zijnde medische informatie duidelijkheid geven in de ernst en de aard van de klachten van eiser. De sociaal geneeskundige concludeert dat er voldoende medische gronden bestaan om het verzoek van eiser te ondersteunen betreffende een speciaal soort woonruimte, gelijkvloers of met de lift bereikbaar. Daarnaast bestaan er onvoldoende medische gronden om in aanmerking te komen voor een geografische indicatie (regio Amsterdam). Dat namens eiser ter zitting naar voren is gebracht dat het advies summier is en voor verweerder aanleiding had dienen te zijn voor een ander oordeel volgt de rechtbank niet. Redengevend hiertoe is dat dit eerst ter zitting is aangevoerd, derhalve tardief. Bovendien blijkt uit het advies niet dat sprake is van bijzonder zwaarwegende medische redenen als bedoeld in artikel 13, tweede lid, Rva. Eiser heeft ook geen recente medische stukken overgelegd die doen twijfelen aan het SMA.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen