Rb. Den Haag 31 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4324

Niet in geschil is dat eiser op het moment van het bestreden besluit tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Hoewel eiser nog asielzoeker is, als bedoeld in art. 2, aanhef en onder c, van zowel de Opvangrichtlijn als de Procedurerichtlijn, is de Rb. van oordeel dat ten tijde van het bestreden besluit geen sprake was van de situatie dat nog niet in eerste aanleg een beslissing op eisers asielaanvraag was genomen als bedoeld in art. 7, lid 1 van de Procedurerichtlijn. Bij besluit van 30 november 2009 is de asielaanvraag van eiser immers afgewezen. Wanneer sprake is van de situatie dat nog geen beslissing in eerste aanleg is genomen op de asielaanvraag en de vreemdeling aldus valt onder de reikwijdte van art. 8, aanhef en onder f, van de Vw 2000, dient art. 67, lid 3 van de Vw 2000 buiten toepassing te worden gelaten, aldus de Afdeling in zijn uitspraak van 25 juni 2012 (LJN: BX0050). Zoals hiervoor is overwogen is op de asielaanvraag van eiser wél een beslissing in eerste aanleg genomen. Eiser bevindt zich daarom niet in een situatie als bedoeld in art. 7, lid 1 van de Procedurerichtlijn, zodat art. 67, lid 3 van de Vw 2000 wel op eiser van toepassing is en hij derhalve geen rechtmatig verblijf heeft. Gelet hierop was verweerder noch op grond van de Rva 2005, noch op grond van de Opvangrichtlijn - voor zover eiser daar tevens een beroep op heeft willen doen - gehouden om eiser opvang te verlenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen