Rb. Den Haag 18 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:8818

De brieven van de gemachtigde van 23 november 2011 en van 15 december 2011 alsook de overige correspondentie bezien op zich en in onderlinge samenhang, moeten naar inhoud en strekking worden aangemerkt als een bevestiging van het lopende verzoek om procedurele afstemming over de vele bezwaarschriften en voorts de kennisgeving van de wens zo spoedig mogelijk tot afwikkeling te geraken. Ook overigens is geen sprake was een geldige ingebrekestelling, zodat verweerder de aanspraak op betaling van een dwangsom terecht heeft afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken