Rb. Den Haag 5 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:7926
Het college van B en W van de gemeente Delft hoeft de borden met de tekst “naaktstrand/naaktrecreatie” niet terug te plaatsen op een strandgedeelte nabij een plas in Delftse Hout. De voorzieningenrechter van de rechtbank in Den Haag heeft een verzoek hiervoor van de Naturisten Federatie Nederland afgewezen. De rechtbank is van oordeel, gelet op een uitspraak van de Hoge Raad uit 1998, dat naaktreactie landelijk geregeld is in het Wetboek van Strafrecht. Dit betekent dat een beslissing van het college van B en W uit 1984 om het naaktstrand aan te wijzen, is komen te vervallen. De naturisten kunnen volgens de rechtbank om die reden geen bezwaar maken tegen het weghalen van de borden. De gemeenteraad van Delft heeft na inwerkingtreding van de landelijke wetgeving geen plaats aangewezen als naaktstrand. Sindsdien heeft de politie nog niemand aangehouden voor naaktrecreatie op het strandje bij de plas in Delftse Hout. De gemeente vindt deze plek ongeschikt als naaktstrand. Delft is voor de toetsing van de juistheid van dit oordeel afhankelijk van het oordeel van de strafrechter. De rechter kan dit oordeel geven indien het openbaar ministerie overgaat tot strafrechtelijke vervolging van een overtreding.
De uitspraak op rechtspraak.nl