Rb. Den Haag 20 december 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:18613
Verweerder heeft eisers verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken op grond van artikel 3.95, derde lid, van het Vb 2000 juncto artikel 3.86, tiende lid, van het Vb 2000 en heeft aan hem een inreisverbod voor de duur van 10 jaar opgelegd, nu eiser zich in juli 2012 schuldig heeft gemaakt aan een Opiumdelict, waarvoor hij (waarbij nog een tweetal eerder gepleegde feiten zijn meegenomen) een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden heeft opgelegd gekregen. De rechtbank heeft de verblijfsbeëindiging en de oplegging van het inreisverbod strijdig geacht met artikel 8 van het EVRM. De rechtbank heeft bij de beoordeling de zaak het advies van de Raad van State naar aanleiding van de aanscherping van de glijdende schaal (Advies W04.11.0396/I) betrokken, waar is geadviseerd dat verblijfsbeëindiging na 20 jaar rechtmatig verblijf slechts in zeer uitzonderlijke gevallen aan te merken is als een noodzakelijke en proportionele inbreuk op het recht op eerbiediging van het gezins- of familieleven, dan wel het privéleven. De rechtbank heeft overwogen dat het rechtmatig verblijf van eiser in de onderhavige zaak het dubbele betrof, namelijk 40 jaar. Daarnaast heeft eiser in die 40 jaar een omvangrijk familieleven opgebouwd in Nederland. Hij heeft in Nederland vijf meerderjarige kinderen, twee minderjarige kinderen – die overigens woonachtig zijn bij zijn ex-vrouw – en een aantal kleinkinderen. Daarnaast heeft de rechtbank de uitspraak Udeh/Zwitserland (JV2013/246) betrokken bij de beoordeling van de vraag of sprake is van schending van artikel 8 van het EVRM. De uitspraak van Udeh/Zwitserland wijkt zowel in positieve als in negatieve zin af van de situatie van eiser, maar alles afwegend heeft de rechtbank geoordeeld dat ook in de onderhavige zaak verblijfsbeëindiging en oplegging van een inreisverbod strijdig moet worden geacht met artikel 8 van het EVRM. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 6 mei 2013, waardoor eisers verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd herleeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl