Rb. Den Haag 31 december 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:18430

Dublin Cyprus Mede gelet op de reactie van de Cypriotische autoriteiten van 4 september 2012, biedt de inhoud van de rapporten die eiser heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling dat hij onder erbarmelijke omstandigheden zal worden gedetineerd naar het oordeel van de rechtbank geen concrete aanknopingspunten voor de conclusie dat de situatie in Cyprus ten aanzien van de detentieomstandigheden zodanig ernstig is dat sprake is van een dreigende schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer van eiser naar Cyprus. De rechtbank is van oordeel dat de asielprocedure, de rechtshulp en effectiviteit van rechtsmiddelen in Cyprus weliswaar voor verbetering vatbaar zijn, maar dat er geen aanleiding is voor de eindconclusie dat de Cypriotische asielprocedure in zijn geheel gezien zodanige gebreken vertoont dat hieruit moet worden afgeleid dat voor eiser bij overdracht aan Cyprus een situatie zal ontstaan die strijdig is met artikel 3, dan wel artikel 13 EVRM. Evenmin acht de rechtbank hiertoe nader onderzoek geboden. Eiser heeft zijn stelling dat hij als zwarte man met het moslimgeloof niet tot de asielprocedure en de opvang zal worden toegelaten onvoldoende onderbouwd. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken