Rb. Den Haag 19 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:16494

De beperking van de terugwerkende kracht van de wijziging van artikel 14 van de Wet BRV tot 15 juni 2011 komt niet in strijd met het verbod van discriminatie zoals dat is neergelegd in artikel 14 van het EVRM en artikel 26 van het Bupo. De rechtbank doet de desbetreffende stellingen af met verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 14 juni 2013; 12/04289. (ECLI:NL:HR: 2013:BZ7863) De beperking vormt evenmin een inbreuk op het recht van eigendom zoals neergelegd in artikel 17 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Uit artikel 51 van het Handvest volgt dat lidstaten alleen gebonden zijn aan het Handvest wanneer zij optreden binnen het toepassingsgebied van het recht van de Unie. De heffing van overdrachtsbelasting betreft geen uitvoering van het Unierecht en valt in het onderhavige geval ook anderszins niet binnen het toepassings¬gebied van het EU-recht. Het Handvest vindt daarom geen toepassing. Ook is geen sprake van strijd met het recht op eigendom zoals neergelegd in artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM. Geen schending van het leerstuk van de formele rechtskracht. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 wordt overdrachtsbelasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken. Dit brengt met zich dat de verschuldigde belasting wordt berekend naar het tijdstip van de verkrijging. Ten aanzien van de gevorderde dwangsom is de rechtbank van oordeel dat de brieven van de gemachtigde alsook de overige correspondentie, bezien op zich en in onderlinge samenhang, naar inhoud en strekking moeten worden aangemerkt als een bevestiging van het lopende verzoek om procedurele afstemming over de vele bezwaarschriften. Uit geen enkele brief is af te leiden dat de gemachtigde verweerder daarmee heeft willen manen binnen een bepaalde termijn alsnog een beslissing op bezwaar te nemen. Ten tijde van de uitspraak op bezwaar was daarom geen sprake een geldige ingebrekestelling, zodat verweerder de aanspraak op betaling van een dwangsom terecht heeft afgewezen. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken