Rb. Den Haag 26 september 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:13014
Verzet exequatur. De tenuitvoerleggingsregeling van art. 31 lid 4 CMR met betrekking tot een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde buitenlandse uitspraak is niet van toepassing. Bepalingen van het CMR mogen niet worden toegepast ten nadele van de doelstellingen van het Unierecht, zoals neergelegd in de EEX-Verordening. Voorts claimt het CMR geen exclusiviteit. Ook geen sprake van vereenzelviging van partijen of van onverenigbaarheid van het Franse vonnis met een Nederlandse uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl