Rb. Den Haag 18 september 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11725

Bij onderscheiden besluiten van 28 september 2012 heeft verweerder de uitkeringen (budgetten) vastgesteld die eisers voor het jaar 2013 ontvangen op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet participatiebudget, bestemd voor educatie. De rechtbank stelt vast dat verweerder de volgens de rijksbegroting beschikbare financiële middelen voor het participatiebudget heeft verdeeld zoals bepaald in het Besluit participatiebudget. Dit is door Holland Rijnland niet betwist. Holland Rijnland voert in wezen aan, zoals hij ter zitting heeft beaamd, dat verweerder handelt in strijd met het algemeen rechtsbeginsel dat willekeur verbiedt doordat hij het begrip “traject” niet nader heeft gedefinieerd, bijvoorbeeld in wetsinterpreterend beleid. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De regelgever heeft er bewust voor gekozen de gemeenten een zekere mate van vrijheid te bieden om het begrip “traject” nader in te vullen afhankelijk van de concrete behoefte aan cursussen basisvaardigheden in een gemeente. Zoals ter zitting is gebleken is dat begrip niet zo onduidelijk dat verweerder onrechtmatig handelt door daar geen nadere invulling aan te geven. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het begrip traject verwijst naar het begrip traject opgenomen in de regelgeving met betrekking tot de Regionale Opleidingen Centra (ROC`s), welke trajecten die verschillend van aard en duur kunnen zijn door de gemeenten worden afgenomen van de ROC’s. Doordat er toezicht is op de ROC’s en doordat verantwoording plaatsvindt door middel van de SiSa-methodiek zijn de gemeenten aan controle onderworpen en is er geen sprake van een volledig vrije invulling van het begrip “traject” door gemeenten. Voorts kan er, indien er sprake zou zijn van een frauduleuze opgave van het aantal trajecten door gemeenten, door verweerder worden teruggevorderd. Verweerder mag daarbij, zoals hij ter zitting heeft gesteld, in beginsel erop vertrouwen dat gemeenten niet willens en wetens manipuleren met gegevens. De enkele omstandigheid dat de keuze voor een meer restrictieve omschrijving van het begrip traject ook verdedigbaar is, betekent niet dat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen nadere invulling te geven aan het begrip traject.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen