Rb. Den Haag 31 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11195

De rechtbank komt tot het oordeel dat de enkele mogelijkheid dat een aanvrager van een verblijfsvergunning regulier die niet in het bezit is van een mvv, na de ontvangst van een afwijzende beschikking aan de vreemdelingenpolitie kan worden overgedragen en in bewaring kan worden gesteld ter voorbereiding van een uitzetting, geen belemmering vormt om erkend te worden in een gestelde arguable claim op grond van artikel 8 EVRM. De rechtbank stelt vast dat het besluit is primo, noch het bestreden besluit een inhoudelijke reactie van verweerder bevat ten aanzien van het bij de aanvraag gedane verzoek om vrijstelling van de legesverplichting. Er is echter aanleiding dit motiveringsgebrek dat aan het bestreden besluit kleeft met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht te passeren en het besluit in stand te laten, nu eiser daardoor naar het oordeel van de rechtbank niet wordt benadeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen