Rb. Den Haag 9 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:10977

Resititutie leges, Turkije, Turkse onderdaan, artikel 9 Vw 2000, artikel 13 Besluit 1/80 De rechtbank ziet geen aanleiding om de uitspraak van het HvJEU van 17 september 2009 (Sahin, C-242/06) niet ook te betrekken bij zaken waarin de legesheffing voor een visumaanvraag, in plaats van een aanvraag voor de verlening of verlenging van een verblijfsvergunning, aan de orde is. Teneinde te bepalen of de door eiser te betalen vergoeding aan leges niet onevenredig hoog is ten opzichte van het bedrag dat een gemeenschapsburger verschuldigd is, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank de situatie van eiser kunnen vergelijken met de situatie waarin verzocht wordt om een document als bedoeld in artikel 9 van de Vw 2000. De rechtbank is van oordeel dat het bedrag dat van eiser is gevraagd niet onevenredig is aan het bedrag dat wordt gevraagd van gemeenschapsburgers. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat artikel 13 van het besluit nr. 1/80 is geschonden. Nu verweerder € 60,-- bij eiser in rekening heeft kunnen brengen en verweerder, blijkens het verweerschrift en het verhandelde ter zitting, de wettelijke rente aan eiser heeft vergoed tot het moment waarop het door eiser te veel betaalde bedrag aan eiser is gerestitueerd, wordt eiser niet gevolgd in het betoog dat aan hem meer dan € 1.190,-- gerestitueerd had moeten worden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen