Rb. Den Haag 20 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:10634

Ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslot programm (ASP). Eiser is werkzaam in Duitsland . Het opleggen van het ASP is gelet op het bij verzoeker geconstateerde ademalcoholgehalte op grond van artikel 131, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wvw 1994 in samenhang met artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling verplicht voorgeschreven. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het opleggen van het ASP, in verband met het periodiek in Nederland moeten laten aflezen van het alcoholslot in het geval van permanente vestiging in een andere EU-lidstaat een criminal charge in de zin van het EVRM oplevert. Indien dat het geval is, moet de oplegging hiervan worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel, zoals vervat in artikel 3:4 van de Awb. Het verplicht laten uitlezen van het alcoholslot impliceert dat verzoeker zich eens in de 46/92 dagen van München naar Nederland moet begeven, omdat zich buiten Nederland geen erkende inbouwlocaties en servicecentra bevinden. Daar komt bij dat in bepaalde situaties een deelnemer een vervroegde terugroep voor een extra uitlezing kan krijgen, waaraan binnen een bepaalde termijn gevolg moet worden gegeven, omdat anders de auto blokkeert. Bovendien valt niet in te zien hoe diezelfde verplichting vorm zou moeten krijgen indien een bestuurder die een ASP is opgelegd met gebruikmaking van zijn rijbewijs met code 103 zou emigreren naar een verder gelegen lidstaat. De vraag is of dergelijke omstandigheden in de wet- en regelgeving zijn verdisconteerd dan wel of in de bijzondere omstandigheden van eisers situatie aansluiting gezocht dient te worden bij de regeling in artikel 18, aanhef en onder f van de Regeling juncto artikel 23, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling. Daarbij dienen partijen wel te betrekken dat een onderzoek naar de geschiktheid een zwaarder middel is dan een ASP omdat uit dit onderzoek de deskundige kan vaststellen dat bij verzoeker sprake is van alcoholafhankelijkheid als bedoeld in de regeling en verzoekers rijbewijs ongeldig kan worden verklaard. Verzoeker loopt dus een risico dat de uitkomst van het onderzoek, anders dan het ASP, kan leiden tot volledige ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. De voorzieningenrechter ziet aanleiding het verzoek toe te wijzen, voor zover het de ongeldigverklaring van verzoekers rijbewijs betreft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen