Rb. Breda 12 december 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY7900
Eiseres koopt op 1 februari 2010 bij gedaagde sub 1 de Ierse Setter "Voltaire of the Hunter's Home", roepnaam Sam, geboren 29 november 2009, voor de prijs van € 850,00. De door gedaagde sub 1 geëxploiteerde kennel staat geregistreerd bij de Raad van Beheer. Gedaagde sub 2 is als levenspartner van gedaagde sub 1 direct betrokken bij de kennel. Op 18 mei 2011 krijgt Sam een eerste epileptische aanval. In het Diergezondheidscentrum (DGC) te Rotterdam wordt bij Sam de diagnose epilepsie gesteld en wordt epileptische medicatie voorgeschreven. Gedaagden betwisten gedurende langere tijd de diagnose epilepsie. Zij denken Sam te kunnen "resettten". Eiseres vertrouwt lange tijd op de deskundigheid van gedaagden. Volgens gedaagden leed Sam aan paniekaanvallen en niet aan epilepsieaanvallen. Op 27 oktober 2011 wordt Sam teruggebracht naar het DGC, waar Sam direct doorverwezen wordt naar de Diergeneeskundige Kliniek Utrecht. Op 3 tot 5 november 2011 verbleef Sam op de intensive care van genoemde kliniek. Tijdens behandelingen en onderzoeken bleek wederom dat bij Sam sprake was van primaire epilepsie. Eiseres heeft veel kosten moeten maken en is geconfronteerd met veel dierenleed. Uiteindelijk is besloten om Sam te laten inslapen. Omdat gedaagde sub 2 geen contractspartij is, wijst de kantonrechter jegens gedaagde sub 2 af. Naar het oordeel van de kantonrechter is het binnen Nederland al enige jaren een feit van algemene bekendheid, dat onder rashonden, zoals Ierse setters, veel erfelijke aandoeningen voorkomen. De kantonrechter begrijpt niet dat gedaagde sub 1 zo lange tijd heeft ontkend dat Sam aan primaire epilepsie leed. De kantonrechter vermoedt dat dit ontkennen -tegen beter weten in- slechts te maken kan hebben met de vrees/angst voor negatieve publiciteit. Door met geen woord te reppen op haar website over de kans op epilepsie heeft gedaagde sub 1 -als kennelhoudster tevens erkend fokster- potentiële kopers relevante informatie onthouden. De kantonrechter is verder van oordeel, dat Sam vanwege de vastgestelde epilepsie niet voldeed aan de verwachting die eiseres in redelijkheid bij de aankoop van deze rashond mocht hebben. Samengevat is de kantonrechter van oordeel, dat gedaagde sub 1 toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens eiseres. Een verklaring voor recht op dat punt wordt toegewezen. De kantonrechter is van oordeel, dat gedaagde sub 1 de betaalde koopprijs ad € 850,00 aan eiseres dient terug te betalen. Gedaagde sub 1 wordt tevens veroordeeld in de door eiseres gemaakte medische kosten ad € 1.570,98, alsmede tot betaling van een bedrag van € 293,40 aan reiskosten. De kantonrechter acht voorts een immateriële schadevergoeding op zijn plaats. Het namens eiseres op dit punt gevorderde bedrag van € 4.000,00 matigt hij tot € 1.500,00. Gedaagde sub 1 wordt verder veroordeeld tot vergoeding aan eiseres van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Een verklaring voor recht dat gedaagde sub 1 zich met haar kennel tevens zou hebben schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken heeft de kantonrechter afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl