Rb. Breda 10 oktober 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9107
Verhuurder vordert in conventie de uitspraak van de huurcommissie, althans dat deel van de uitspraak dat toeziet op de tijdelijke huurverlaging van 40 % wegens een categorie C gebrek, te vernietigen en de huurprijs vanaf 1 mei 2011 vast te stellen op € 543,46 zijnde de redelijke huurprijs, met veroordeling van huurders in de kosten van de procedure. De kantonrechter overweegt dat verhuurder geen verweer heeft gevoerd tegen het door de Huurcommissie vastgestelde puntentotaal en ook niet tegen het benoemen van het betreffende gebrek als een gebrek in de categorie C. Deze gegevens worden dan ook als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat op grond van het vastgestelde gebrek een tijdelijke huurverlaging door de Huurcommissie tot 40 % van de op 1 mei 2011 geldende maximale huurprijs in beginsel redelijk wordt geacht. Nu verhuurder geen feiten en omstandigheden heeft gesteld die er toe nopen dat een ander percentage gehanteerd zou moeten worden, alsmede gelet op het gevaarlijke karakter van het gebrek, ziet de kantonrechter geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de Huurcommissie. De vordering in conventie wordt afgewezen. In reconventie volgt veroordeling van verhuurder tot betaling van de teveel betaalde huur aan huurders.
De uitspraak op rechtspraak.nl