Rb. Breda 8 augustus 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BX7726
Gelet op het door de cliëntenraden aan de GGZ-instelling uitgebracht advies over de structuur van de medezeggenschap en het daarover vervolgens door de LCvV gegeven bindend oordeel zijn de individuele GGZ-zorgcliënten gebonden aan dat oordeel en zijn zij in hun verzoek ex artikel 10 lid 2 WMCZ niet-ontvankelijk. Gezien de actieve rol van de cliëntenraden bestond er geen noodzaak voor verzoekers zelf een verzoek in te dienen zodat hun verzoek om op grond van de artikelen 2 lid 3 jo. 2 lid 5 WMCZ de instelling in de proceskosten (30.000 euro) te veroordelen wordt afgewezen. Compensatie van proceskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl