Rb. Breda 31 mei 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW9242
Verweerder heeft in de bezwaarfase erkend dat de locatie Neeltje Jans West in de Oosterschelde niet geschikt was voor de door eiseres ontwikkelde MZI en heeft daarom een wijziging van de bijlage bij de Regeling vastgesteld. Door de gegrondverklaring van de bezwaren en de verlening van de vergunning voor de locatie OSWD 189 heeft eiseres een jaar minder kunnen experimenteren, hetgeen in strijd is met de opzet van de compensatie-regeling om het experiment met MZI’s nog eens vier jaar uit te voeren. Verweerder heeft in dit verband gewezen op de generieke overgangstermijn van vier jaar, waarin ligt besloten dat niet iedere experimenteerder volledig kosteloos gesteld dient te worden, maar daarmee gaat verweerder er aan voorbij dat vorenbedoelde gegrondverklaring niet door de minister van LNV in de belangenafweging is betrokken en daarom ook niet in de Regeling is verdisconteerd. Dit maakt dat het verlies van ongeveer één jaar experimenteren eiseres onevenredig nadeel zou kunnen opleveren, namelijk in die situatie dat zij haar investeringen in de maximale termijn van vier jaren al niet zou kunnen terugverdienen. Het oordeel dat de maximale termijn van vier jaar (tot 1 januari 2014) rechtstreeks uit de wet voortvloeit laat dan ook onverlet dat verweerder bij de beslissing op bezwaar had moeten bezien of, en zo ja op welke wijze eiseres als experimenteerder compensatie had moeten worden geboden voor het verlies van het eerste van de vier jaren die alle experimenteerders zijn gegund om hun investeringen zoveel mogelijk te kunnen terugverdienen.
De uitspraak op rechtspraak.nl