Rb. Breda 4 april 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4044

"Tijdens een introductiekamp voor eerstejaarsstudenten struikelt een lerares, die als begeleidster aanwezig is, ’s nachts over een scheerlijn van een tent, waarbij zij ongelukkig ten val komt. Werkneemster vordert een verklaring voor recht dat haar werkgever aansprakelijk is voor alle geleden en nog te lijden schade ingevolge art. 7:658 BW als gevolg van een bedrijfsongeval en veroordeling van de werkgever tot vergoeding van die schade, nader op te maken en te vereffenen volgens de wet. Ingevolge art. 7:658 lid 2 BW is de werkgever jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade, die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij de zorgplicht die in lid 1 van art. 7:658 BW is neergelegd, is nagekomen of de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De kantonrechter is van oordeel dat in de zin van art. 7:658 lid 2 BW moet worden gesproken van een ongeval tijdens de uitoefening van de werkzaamheden, maar dat er sprake is van een ongeluk dat in de categorie huis-, tuin- en keukenongelukken thuishoort, ofwel van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, en dat niet kan worden gesproken van aansprakelijkheid van werkgever op grond van schending van de zorgplicht. Volgt afwijzing van de vordering."

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen