Rb. Breda 23 december 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BV0207
Ontheffing van bestemmingplan ten behoeve van de uitbreiding van de tandartsenpraktijk in een woonhuis. Verweerder moet alle belangen afwegen. In dat verband heeft verweerder er redelijkerwijs niet voor mogen kiezen zijn ogen te sluiten voor het feit dat het beoogde bouwplan en het beoogd gebruik evident omvangrijker zijn dan uit de ter legalisering van dat bouwplan en dat gebruik ingediende vergunningaanvraag blijkt, en medewerking te verlenen aan een aanvraag die in deze beperkte vorm al niet probleemloos vergund kan worden. Door desondanks ontheffing te verlenen voor het aangevraagde bouwplan, heeft verweerder gedoogd dat het meerdere is gebouwd en het strijdige gebruik is geïntensiveerd zonder vergunning en heeft hij eisers in de positie gebracht dat zij het initiatief moesten nemen om verweerder te bewegen tot nakoming van zijn verplichting om te waken over het algemeen belang bij de naleving van wettelijke voorschriften. Ook om deze reden heeft verweerder in redelijkheid niet kunnen besluiten tot het verlenen van een ontheffing van het bestemmingsplan. De rechtbank voorziet zelf in de zaak, vernietigt het primaire en het bestreden besluit en wijst de aanvraag voor een lichte bouwvergunning af.
De uitspraak op rechtspraak.nl