Rb. Breda 15 september 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BU5469
Dit is er één van drie uitspraken. Belanghebbende is eigenaar van een aantal bosgronden in de gemeente X. Hij stelt stelt dat uit het beschikkingsbiljet niet duidelijk valt op te maken voor welke onroerende zaken hij wordt aangeslagen. De rechtbank overweegt dat op het bewuste beschikkingsbiljet de onroerende zaken worden omschreven als bosgronden. Nu belanghebbende wetenschap heeft van het feit dat hij eigenaar is van verschillende bosgronden in de gemeente X, is de rechtbank van oordeel dat het voor belanghebbende voldoende kenbaar was welke onroerende zaken werden bedoeld op het beschikkingsbiljet, namelijk de bosgronden die hem in eigendom toebehoorden.Wel is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar de waarde niet aannemelijk heeft gemaakt. Gelet hierop stelt de rechtbank de waarde van de bosgronden in goede justitie vast.
De uitspraak op rechtspraak.nl