Rb. Breda 6 juli 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5365

Inkomstenbelasting, keuzemogelijkheid binnenlandse belastingplicht Belanghebbende heeft de Duitse nationaliteit. Hij woonde tot eind maart 2005 in een eigen woning in Duitsland en verdiende zijn inkomen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 maart 2005 nagenoeg geheel in Nederland. Belanghebbende is na beëindiging van zijn werk in Nederland verhuisd naar de VS en daar gaan werken. Belanghebbende heeft de in jaren 2003 tot en met 2005 geopteerd voor binnenlandse belastingplicht als bedoeld in artikel 2.5 Wet inkomstenbelasting 2001 (de Wet). Daarbij werd de hypotheekrente ter zake van de Duitse woning op het inkomen in mindering gebracht. Vraag is in hoeverre het Amerikaanse inkomen meegeteld kan worden als wereldinkomen in 2005. De rechtbank oordeelt als volgt: de keuzemogelijkheid van artikel 2.5 geldt steeds voor het hele kalenderjaar, ook al bestaat er slechts een deel van het jaar belastingplicht; bij de keuze voor binnenlandse belastingplicht in 2005 dient, ter berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, de hypotheekrente voor de woning in Duitsland gesaldeerd te worden met de Amerikaanse inkomsten; De inhaalregeling van artikel 6 Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001 is in strijd met het Europese recht, alleen al vanwege het feit dat aldaar voor de toepassing van de aftrek elders belast de overall-methode wordt toegepast en voor vergelijkbare inwoners van Nederland de per-country methode geldt. Dat betekent dat een buitenlander ongunstiger behandeld wordt dan een vergelijkbare inwoner van Nederland. Gevolg van het buiten toepassing laten van de inhaalregeling is dat de in 2003 en 2004 verleende hyptheekrenteaftrek niet gesaldeerd wordt met het Amerikaanse inkomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen