Rb. Breda 9 februari 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BP8683
Aan belanghebbende, een varkenshouderij, wenst een voorziening te vormen uit hoofde van milieu-investeringen in het kader van de IPPC-richtlijn en AMvB-huisvesting. De rechtbank oordeelt dat de voor de investeringen noodzakelijke uitgaven niet worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening in het in geschil zijnde jaar, maar alleen worden gemaakt om de bedrijfsuitoefening in de toekomst te kunnen voortzetten en eerst in de toekomst hun nut afwerpen. Belanghebbende leverde biggen aan een in Duitsland gevestigde dochtervennootschap. Op basis van een nacalculatie wenst belanghebbende de interne verrekenprijs te verlagen en de vordering op de dochter af te waarderen. De rechtbank oordeelt dat de verrekenprijs zakelijk was en dat de omstandigheid dat uit een nacalculatie is gebleken dat de verrekenprijs te hoog was vastgesteld, niet maakt dat de gehanteerde verrekenprijs niet zakelijk was. Tot slot oordeelt de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat er redenen zijn om de vordering op de dochter af te waarderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl