Rb. Breda 23 november 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BO4755
De voorzieningenrechter is van oordeel dat van onrechtmatigheid van het door CZ in haar contracteerbeleid opgenomen volume-criterium eerst sprake kan zijn indien moet worden geoordeeld dat een relatie tussen het volume-criterium en het kwaliteitsaspect ontbreekt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het door CZ in haar contracteerbeleid opgenomen volume-criterium is gebaseerd op stukken waaraan wetenschappelijke studies ten grondslag zijn gelegd. Waar in die stukken uit een oogpunt van kwaliteit een hoog volume of een volume van 150 operaties wordt aanbevolen c.q. daar op wordt aangedrongen, kan niet worden geoordeeld dat een relatie tussen het volume-criterium van CZ en het kwaliteitsaspect ontbreekt. Van onrechtmatigheid is dan geen sprake. De omstandigheid dat bijvoorbeeld de inspectie voor de gezondheidszorg veel lagere volume-eisen stelt of dat blijkens de overgelegde publicaties geen eensgezindheid bestaat over de relatie tussen volume-eisen en sterftekans doet aan dit oordeel, gelet op de aangelegde toetsingsmaatstaf, niet af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in de in het vonnis aangeduide schriftelijke uitlatingen van CZ in voldoende mate tot uitdrukking komt dat CZ eigen maatstaven aanlegt op grond waarvan zij beoordeelt of het desbetreffende ziekenhuis (voldoende) goede borstkankerzorg voor haar verzekerden biedt. In deze schriftelijke uitlatingen komt ook voldoende genuanceerd naar voren dat wanneer een ziekenhuis niet aan de maatstaven van CZ voldoet, dat niet per definitie betekent dat de zorg in zo’n ziekenhuis slecht is. De voorzieningenrechter kan niet tot het oordeel komen dat sprake is van misleidend en/of onrechtmatig handelen van de zijde van CZ. Voor zover het CZ betreft heeft zij het beeld dat door het optreden van haar bestuursvoorzitter in het televisieprogramma van Pauw en Witteman is opgeroepen nadien in voldoende mate genuanceerd door te verwijzen naar haar contracteerbeleid en de gronden waarop dat berust, hetgeen in het vonnis is gesanctioneerd. De voorzieningenrechter is met CZ van oordeel dat de twee ziekenhuizen weliswaar hebben gesteld dat zij (reputatie)schade hebben geleden, maar dat dit standpunt niet van een concrete onderbouwing is voorzien.
De uitspraak op rechtspraak.nl