Rb. Breda 4 mei 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BM3973
BTW-carrouselfraude; aangifteplicht in verband met feitelijk ondernemerschap Verdachte wordt verweten aangiften omzetbelasting op naam van de eenmanszaak van zijn zoon opzettelijk onjuist te hebben gedaan. De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden in deze onderneming worden verricht door verdachte en dat de zoon een strofiguur voor deze onderneming van verdachte was. Aangezien verdachte zaken deed onder de naam van de op naam van zijn zoon staande handelsonderneming, dient deze onderneming feitelijk als de onderneming van verdachte te worden beschouwd. Op grond hiervan dient verdachte als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968 te worden beschouwd en diende hij aangifte te doen. Er is sprake van BTW-carrouselfraude. Verdachte heeft samen met medeverdachte L. valse facturen opgemaakt terzake van gefingeerde leveringen van auto’s en motoren door L. aan verdachte. Gebleken is namelijk dat verdachte de auto’s en motoren rechtstreeks inkocht van en betaalde aan buitenlandse leveranciers en deze rechtstreeks op zijn bedrijf liet afleveren. Derhalve is bij het opmaken van de valse facturen gebruik gemaakt van een schijnconstructie die is opgezet om misbruik te maken van het zogenaamde nultarief ten aanzien van de omzetbelasting bij intracommunautaire transacties. Verdachte heeft de op deze valse facturen vermelde omzetbelasting aangegeven op de aangiften omzetbelasting van de Handelsonderneming V., een bedrijf dat op papier op naam van zijn zoon stond, maar dat feitelijk zijn onderneming was, terwijl L. de aan de Handelsonderneming in rekening gebrachte omzetbelasting niet heeft verwerkt in zijn aangiften omzetbelasting. Mede door het handelen van verdachte heeft de fiscus terzake van deze facturen een nadeel geleden van ruim 2 miljoen euro. Voorts heeft verdacht uitkeringsfraude gepleegd ten aanzien van zijn WAO-uitkering. Rekening houdend met een termijnoverschrijding van ongeveer 2 jaar welke niet aan de verdediging is toe te rekenen, verlaagt de rechtbank de straf die zij in beginsel voor ogen had met 25 %. Straf: 27 maanden met aftrek voorarrest waarvan 9 maanden voorwaardelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl