Rb. Breda 23 maart 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8559
Kinderdoodslag. PIJ-maatregel Verdachte heeft haar baby vlak na de bevalling gedood. De rechtbank acht het opzet bewezen nu verdachte enig inzicht moet hebben gehad in de draagwijdte van haar gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan. De rechtbank gaat uit van de verminderde tot sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Gelet op de dringende noodzaak van behandeling acht de rechtbank het opleggen van een PIJ-maatregel de meest geëigende strafafdoening. Nu geen kliniek bereid is gevonden om verdachte in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel te behandelen, heeft de rechtbank geen andere mogelijkheid dan haar een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl