Rb. Breda 18 januari 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL1700

Verhuur buitenlandse auto's in Nederland, BPM, prejudiciele vragen. Belanghebbende, een Duitse vennootschap, heeft een auto verhuurd aan een inwoner van Nederland. Zij heeft de volgens de wet verschuldigde BPM voldaan en bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte. In geschil is het antwoord op de vraag of dit in strijd is met het EG-recht, ondanks de sinds 16 oktober 2006 in de Wet BPM aanwezige teruggaafregeling. Tussen partijen staat vast dat de auto niet is bestemd voor duurzaam gebruik in Nederland. De rechtbank acht de omstandigheid dat buitenlandse verhuurders van auto's ook bij tijdelijke verhuur aan een inwoner van Nederland direct het volledige bedrag aan BPM verschuldigd worden onmiskenbaar onaantrekkelijk voor deze verhuurders zodat sprake is van een belemmering van het vrij verkeer van diensten. De rechtbank acht het verder twijfelachtig of de rechtvaardiging voor het invoeren van de huidige regeling, het gelijk behandelen van in Nederland gevestigde autoverhuurbedrijven, een voldoende rechtvaardigingsgrond is voor deze belemmering. Nu dit ook niet valt uit te sluiten stelt de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen