Rb. Breda 30 september 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0884

"Poolse vennootschap is naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen verschuldigd. Poolse arbeidskrachten werken in het tijdvak 1999-2001 op een scheepswerf in Nederland. De scheepswerf werd geexploiteerd door een Poolse vennootschap middels een vaste inrichting in Nederland. In geschil is of de arbeidskrachten in dienstbetrekking tot de Poolse vennootschap staan. De rechtbank oordeelt dat dit inderdaad het geval was. Met toepassing van een niet ontzenuwd bewijsvermoeden stelt zij vast dat uit getuigenverklaringen kan worden afgeleid dat deze arbeidskrachten in een gezagsverhouding tot de Poolse vennootschap staan, en dat zij tegen betaling van geld verplicht waren gedurende een zekere tijd tot het persoonlijk verrichten van arbeid. De rechtbank concludeert dat elke arbeidskracht in een dienstbetrekking, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 Wet LB, tot de Poolse vennootschap stond. Ook acht de rechtbank toepassing van het anoniementarief en van het eindheffingsregime acceptabel zodat de naheffingsaanslag in stand blijft. Beroep ongegrond."

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen