Rb. Breda 2 september 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ8782

Belanghebbende is van oordeel dat artikel 14a van de Wet BPM in strijd is met artikel 49 van het EG-verdrag nu het voornoemde artikel niet leidt tot een tijdsevenredige heffing zoals bedoeld in het arrest van het HvJ EG Van de Coevering (C-242/05) van 27 juni 2006. Dit gelet op het feit dat hij voor het gebruik van een niet in Nederland geregistreerde leaseauto met Luxemburgs kenteken (hierna: de auto) een volledige heffing van BPM is verschuldigd en het verzoek om een teruggaaf van BPM voor het naar het buitenland overbrengen van de auto extra administratieve lasten met zich meebrengt. Daarnaast stelt belanghebbende dat er voor het gebruik van de auto zowel in Nederland als in Luxemburg registratierechten verschuldigd zijn, hetgeen tot een dubbele belastingheffing leidt. Vaststaat dat de auto aan belanghebbende voor een periode langer dan 14 dagen ter beschikking staat. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende de auto feitelijk duurzaam gebruikt in Nederland, nu de inspecteur onweersproken heeft gesteld dat belanghebbende verklaard heeft de auto zowel zakelijk als privé te gebruiken en hij een leasecontract voor de duur van 3 jaar is aangegaan. Gelet op het voorgaande, en met inachtneming van het arrest Van de Coevering, levert naar het oordeel van de rechtbank een volledige heffing van BPM bij de registratie van de auto, in samenhang met de teruggave regeling van artikel 14a BPM voornoemd, geen strijd op met artikel 49 van het EG-Verdrag. De grief van belanghebbende inzake de extra administratieve lasten van de teruggave regeling leidt niet tot een ander oordeel, nu de voorziene duur van de leaseovereenkomst niet zodanig kort is dat er gesproken kan worden van overdreven moeilijk na te komen verplichtingen. Overigens wordt een buitenlandse leasemaatschappij niet anders behandeld dan een binnenlandse leasemaatschappij, nu deze eveneens de BPM dient voor te financieren en zij te maken heeft met dezelfde administratieve lasten bij een verzoek om teruggaaf zoals vermeld in het voornoemde artikel. De stelling van belanghebbende dat er sprake is van dubbele belastingheffing leidt ook niet tot een ander oordeel, nu dit het gevolg is van het ontbreken van een harmonisatie op het gebied van registratierechten voor auto’s in de EU.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen