Rb. Breda 22 juli 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ5286
Projectbesluit ten behoeve van het uitbreiden van een woning. Met elke bouwaanvraag voor een project binnen de gemeente - en derhalve ook de in geding zijnde dakopbouw - is sprake van een gemeentelijk belang als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, Wro. De stukken die betrekking hebben op het projectbesluit hebben met ingang van 29 december 2008 gedurende zes weken ter inzage gelegen. De kennisgeving van deze terinzagelegging is eerst op 30 december 2008 gepubliceerd in de Staatscourant. De voorzieningenrechter stelt vast dat aldus in strijd met artikel 3:12, eerste lid, van de Awb de kennisgeving niet is voorafgegaan aan de terinzagelegging. Hoewel de terinzagelegging feitelijk precies zes weken heeft geduurd is de voorzieningenrechter met verzoekers van oordeel dat de stukken niettemin één dag te weinig ter inzage hebben gelegen. Dit klemt omdat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen ingevolge artikel 3:16, eerste lid, van de Awb zes weken dient te bedragen en krachtens artikel 3.11, eerste lid, onder d, van de Wro gedurende deze termijn door een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp-besluit naar voren gebracht moeten kunnen worden. Geen reden voor toepassing van 6:22 Awb. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om met toepassing van artikel 6:22 van de Awb voorbij te gaan aan het feit dat niet alle bij het ontwerp-besluit behorende stukken langs elektronische weg beschikbaar konden worden gesteld omdat is gehandeld conform de toelichting op artikel 1.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), waarin is aangegeven dat, indien stukken niet digitaal beschikbaar zijn, volstaan kan worden met de mededeling op welke wijze en waar de analoge stukken beschikbaar zijn. Verweerder heeft expliciet verklaard dat het ter plaatse geldende bestemmingsplan "[naam bestemmingsplan]" buiten toepassing blijft en heeft aan het projectbesluit zelf geen voorschriften en beperkingen verbonden die daarvoor in de plaats zouden treden. Ook niet voor wat betreft de geconstateerde strijdigheden met het geldende bestemmingsplan. De consequentie hiervan is dat er op het onderhavige perceel in het geheel geen bouw- en gebruiksvoorschriften meer gelden. Gelet op de definitie van artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wro, waarin het buiten toepassing blijven van het bestemmingsplan is gekoppeld aan de afwijking ervan, was er voor verweerder ook geen noodzaak tot nadere besluitvorming ten aanzien van dit aspect. In het onderhavige geval bestaat de afwijking van het bestemmingsplan in de overschrijding van het bebouwingsvlak, de goothoogte en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Omdat het projectbesluit - anders dan een vrijstelling of ontheffing van een bestemmingsplan - in zoverre in de plaats treedt van het bestemmingsplan, diende verweerder zodanige voorschriften in het projectbesluit op te nemen dat toetsing van de dakopbouw aan deze voorschriften tot vergunningverlening zou kunnen leiden. Verweerder heeft dit ten onrechte nagelaten. Verweerder heeft bepaald dat de termijn als bedoeld in artikel 3.13 van de Wro, waarbinnen een ontwerp voor een bestemmingsplan overeenkomstig dit projectbesluit ter inzage moet worden gelegd, wordt verlengd met twee jaar. Daarmee is verweerder gebleven binnen de grenzen van de gedelegeerde bevoegdheid. Hierbij is in aanmerking genomen dat artikel 3.13, eerste lid, van de Wro burgemeester en wethouders - en dus niet de gemeenteraad - opdraagt om binnen een jaar nadat het projectbesluit onherroepelijk is geworden een ontwerp voor een bestemmingsplan overeenkomstig dat projectbesluit ter inzage te leggen. Voorts is in strijd met artikel 5.1.3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Bro in de ruimtelijke onderbouwing geen melding gemaakt van de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 5.1.1 (met het waterschap en de provincie).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 15 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 46 Wonw
- Artikel 5:50 BW5
- Artikel 3:12 Awb
- Artikel 3:16 Awb
- Artikel 4:6 Awb
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8:86 Awb
- Artikel 1.1 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.10 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.11 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.12 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.13 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.27 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.29 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 1.2.1 Besluit ruimtelijke ordening
- Artikel 5.1.1 Besluit ruimtelijke ordening