Rb. Breda 24 juni 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ1833
Belanghebbende, X BV, verkoopt in 2004 haar 17%-aandelenbezit in Y BV voor € 1 en leidt daarbij een verlies van € 170.000. Belanghebbende stelt dat BV Y op het moment van verkoop materieel geliquideerd was en wenst om die reden het verlies als liquidatieverlies in aftrek te brengen. Belanghebbende beroept zich daarbij op de parlementaire stukken die hebben geleid tot invoering van de liquidatieverliesregeling waarin is toegezegd dat de hardheidsclaususule zou worden toegepast ingeval zich situaties voordoen welke materieel met liquidaties zijn gelijk te stellen. De rechtbank merkt, veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat sprake is van een situatie die materieel gelijk gesteld kan worden met een liquidatie, op dat belanghebbende geen rechtstreeks beroep kan doen op deze toezegging maar wel op de op die toezegging gebaseerde Resolutie van 1 juli 1971, nr. B 71/12 651, BNB 1971/168. Nu de onderhavige situatie afwijkt van de in de Resolutie genoemde gevallen kan een beroep daarop in dit geval niet kan slagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl