Rb. Breda 20 mei 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BI6871

De inspecteur heeft over het jaar 2004 een aanslag schenkingsrecht op grond van artikel 29 Successiewet 1956 opgelegd aan een onbekende, ter zake van een verkrijging wegens een schenking die erflaatster kort voor haar overlijden heeft verricht. De aanslag is gestuurd naar de gemachtigde van belanghebbende, zijnde de enige erfgename van erflaatster en degene die de nalatenschap van erflaatster heeft aanvaard. In geschil is of de inspecteur het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aanslag schenkingsrecht terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard, nu de aanslag is opgelegd aan een onbekende en zij derhalve geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, Awb. Voor zover het beroep van belanghebbende ziet op de aansprakelijkheidstelling in de zin van artikel 46, derde lid, Invorderingswet 1990, verklaart de rechtbank het bezwaar eveneens niet-ontvankelijk, nu er geen beschikking aansprakelijkheidstelling in de zin van artikel 46, derde lid, Invorderingswet 1990 is opgelegd aan de erflaatster, die invordering van de aanslag schenkingsrecht aan een onbekende bij belanghebbende mogelijk maakt en waartegen belanghebbende bezwaar en beroep kan aantekenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen